Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs en Training mbo-ve
Nationaal Agentschap
Erasmus+ Onderwijs en
Training mbo-ve
Nieuwsbericht
MBO College Hilversum: Ontwikkelen van een transnationaal curriculum ‘Waar begin je aan?’
do 10-09-2020  
Naam afbeelding

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
Bijdrage van Peter Strikwerda, internationaal coördinator MBO College Hilversum en ECVET expert

Daar sta je dan. Een idee dat je hebt uitgewerkt en voorgelegd aan de managers mag je gaan uitwerken: samenwerken met buitenlandse colleges om uitwisseling op te starten en kijken of we bepaalde onderdelen in samenwerking met elkaar kunnen aanbieden.

Maar waar begin je dan? Een paar dingen staan vast, waar je mee aan de slag kunt: het kwalificatiedossier, het niveau van de opleiding bij de buitenlandse partners, eerdere bezoeken aan deze partners en het idee dat je zelf hebt uitgewerkt. En dan begint het puzzelen.

Op het MBO College Hilversum, onderdeel van het ROC van Amsterdam, was dit zo’n beetje de start van een samenwerking, die nu al wat jaren duurt tussen enkele colleges in het buitenland en de opleiding Sport en Bewegen. Het team van deze opleiding wilde binnen het Erasmus+ programma kennis opdoen van buitenlandse opleidingen in hetzelfde domein. En vond daarvoor enkele partners in Spanje, Finland, Duitsland en Engeland. Met hen begon de eerste aftasting van de internationale samenwerking.

Voor velen zal het herkenbaar zijn dat je dan begint met een bezoek aan die partners door docenten/staf van de opleiding. Je geeft uitleg over elkaars programma en niveau, aangevuld met uitwisseling van documenten en informatie. Je neemt deel aan de lessen die aan het buitenlandse college worden gegeven. Uiteraard doen zij dan hetzelfde met een bezoek aan jouw college. Daarna wordt besproken en beoordeeld of de beide opleidingen (voldoende) bij elkaar aansluiten. Als dat het geval is, worden studenten uitgedaagd om in een uitwisselingstraject te gaan ervaren hoe het er in het buitenland in dezelfde sector aan toe gaat. Een soort ‘Guinea pigs’ experiment, zodat je die ervaringen ook mee kunt nemen in de evaluatie. Tot zover is er nog niets spannends aan de opstart van de internationale samenwerking.

Na enkele jaren van uitwisseling van studenten en docenten gaat zich dan het idee vormen om te kijken welke onderdelen er van het curriculum identiek zijn. En hoe we die met elkaar kunnen vergelijken op basis van de curricula uit de verschillende landen. Met de informatie die is uitgewisseld begint dan het bureau-onderzoek naar thema’s, onderwerpen, modules, etc. Sommige curricula zijn beschikbaar in het Engels (Finland heeft dat bv. van overheidswege geregeld). Sommige bestaan uit slechts een summiere module-beschrijving vertaald uit de moedertaal (Spanje kent enkel een beschrijving van zo’n 20 losse modules). Sommige curricula zijn er niet in de Engelse taal (Nederlandse kwalificatiedossiers zijn uitsluitend op de site van SBB verkrijgbaar als Europass Certificaatsupplement tot het niveau van kerntaak- en werkprocesbeschrijving). Terwijl in Groot Brittannië de kwalificaties verwerkt zijn in het aanbod van de zgn. ‘Awarding Body’ zoals BTEC of VTCT. Al met al is dit nog geen relationele database waar de leeruitkomsten van de leereenheden per opleiding en niveau direct vergeleken kunnen worden.

Met het bureau-onderzoek zijn wij begonnen om een model in te zetten om al die verschillende curricula op de eerder genoemde thema’s/onderwerpen te kunnen vergelijken. Het ECVET spreekt van leeruitkomsten op basis van de termen ‘Skills’, ‘Knowledge’ en ‘Competences’, een goed hulpmiddel om de kwalificatie op onderdelen te vergelijken. Een vereiste is dan wel dat alles in dezelfde taal staat. Het Nederlandse kwalificatiedossier van Sport en Bewegen is door ons dan ook vertaald naar het Engels, en dan niet uitsluitend op de kerntaken en werkprocessen, maar ook de onderliggende teksten.

Uit de vergelijkingen bleek wel dat we niet een identieke opbouw van curricula hebben in de landen van de partners. De beschrijvingen in Spanje van de modules bleken de meest summiere te zijn. Slechts een enkele regel werd besteed aan het benoemen van een leeruitkomst. In de curricula van Finland en van Groot Brittannië was een meer duidelijkere beschrijving, van de onderdelen die de leeruitkomsten definiëren, te zien. De leeruitkomsten waren beschreven gekoppeld aan een duidelijke lijn met modules. Beide systemen hanteren een opbouw met verplichte en vrij te kiezen modules aan. Deels vergelijkbaar met de opties van keuzedelen binnen de Nederlandse opleiding. Het verschil zit echter wel in het feit dat er per onderdeel ook een ‘rubric’ aan gekoppeld is, waarmee een beoordelaar kan aangeven of een deelnemer de minimale criteria behaald had of daarboven scoort. Onvoldoende werd niet genoemd of beschreven.

Wanneer we dan het Nederlandse kwalificatiedossier nemen dan herkennen we de elementen ‘Vaardigheden (Skills)’, ‘Kennis (Knowledge)’ en ‘Gedrag (Competences)’ ook in de uitwerking van een profiel. Het verschil is echter dat de eerste onderdelen direct onder de beschrijving van de kerntaak staan en het ‘Gedrag’ dan weer te vinden is bij de uitwerking van een werkproces. Daar is ooit een keuze voor gemaakt. Echter dit maakt het vergelijken op een leereenheid met alle drie de elementen van leeruitkomsten dus lastig.

Wat is dan wijsheid om het vergelijksproces verder vorm te geven? De opbouw van de opleidingen en samenstelling van de curricula van MBO Hilversum en de buitenlandse partners zijn naast elkaar gezet. Op basis daarvan zijn gesprekken gevoerd met diverse experts op het gebied van onderwijsontwikkeling, zowel bij ons, als onze partners. Inmiddels hadden we zelf al wat tijd geïnvesteerd in het plaatsen van de onderdelen ‘Vaardigheden’ en ‘Kennis’ bij de werkprocessen. Let wel!: dit proces is niet bedoeld als aanpassing van het kwalificatiedossier, maar alleen maar een andere ordening of verdere specificering. Vanuit de experts kregen wij de feedback dat dit proces van toewijzen aan werkprocessen een juiste is, wanneer je een vergelijk wilt maken op basis van ECVET-principes.

Toen we deze bevestiging kregen dat we op de goede weg waren met dit proces hebben we in de ontwikkelgroep van het team Sport en Bewegen een complete vertaling gedaan van het hele kwalificatiedossier naar het Engels. Op deze wijze hadden we vergelijkingsmateriaal met de andere buitenlandse curricula. De daar aangeboden modules konden we daarmee op detail vergelijken met de werkprocessen van het Nederlandse kwalificatiedossier.

Met in het achterhoofd dat ECVET onder meer opgezet is om de leerprestaties van de studenten opgedaan in het buitenland te kunnen waarderen op basis van de Nederlandse beoordelingscriteria bleek deze hele exercitie wel noodzakelijk. Omdat het gaat om bestaande curricula is dit een tijdrovend traject, waarbij je wel veel inzicht verkrijgt in de opbouw van de opleiding van de partners. Dat is wel weer essentieel bij sluiten van een overeenkomst tussen de colleges, de zogenaamde ‘Memorandum of Understanding’. En daarbij vergemakkelijkt het straks de uitwisseling voor langdurige stages, want iedereen heeft een vergelijkend inzicht in wat er aangeboden moet worden om de leeruitkomsten te kunnen bereiken.

Van ons traject is het uiteindelijk de bedoeling om per partner een aantal credits aan deze eenheid van leeruitkomsten te kunnen koppelen () en daarmee de uitwisseling te vergemakkelijken. Dat is al gedaan in Finland en Engeland vanwege hun profiel-samenstelling, en zullen we voor onze situatie gaan inrichten.

Nieuwsbrief
Of bekijk hier de laatste versie online
Events Calender
oktober 2020
M
D
W
D
V
Z
Z
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
Forum
NIEUWE DISCUSSIEPUNTEN
Kunt u doorgeven via het contactformulier >>
Lifelong Learning Programme
This website has been funded with support from the European Commission. The Commission cannot be held responsible for any use which may be made of the information contained therein.
European Commission
CINOP
NCP ECVET is onderdeel van
CINOP